zorgpremieOp dit moment wordt bij Achmea gewerkt om de premies voor 2013 voor onze zorgverzekeraars (Zilveren Kruis Achmea, Avéro Achmea, FBTO, Pro Life, Agis, Interpolis) vast te stellen. De verwachting is deze in november bekend te maken. De hoogte van de premie is uiteindelijk afhankelijk van een groot aantal factoren. Drie factoren – zorgkosten, onze financiële buffer en de samenstelling van het basiszorgpakket – lichten we hieronder toe.

De afgelopen jaren stegen de zorgkosten in Nederland hard: zo’n vijf tot tien procent per jaar. Dat heeft een groot effect op de premies. Deze stijgen mee met de hogere kosten van zorg. Om deze stijging te beteugelen maakt Achmea afspraken met zorgaanbieders over kwalitatief goede en betaalbare zorg. Die inspanningen hebben resultaat: bij de zorgaanbieders waarmee Achmea afspraken maakt, zijn de kosten dit jaar minder hard gestegen dan verwacht. Zo stijgen de kosten voor zorg in de eerste lijn (zoals medicijnen, medische hulpmiddelen, fysiotherapeuten en huisartsen) bij Achmea in 2012 naar verwachting met maar twee tot 2,5 procent. De inschatting aan het begin van dit jaar was aanzienlijk hoger. Dit komt vooral door betere prijsafspraken met apothekers, scherpere inkoop van hulpmiddelen en bezuinigingen op ziekenvervoer en fysiotherapie.

Zorg kan efficiënter
In absolute bedragen betekent dit dat we in 2012 zo’n honderd miljoen minder hoeven uit te geven dan begroot. Bij de tweedelijnszorg (ziekenhuizen en geestelijke gezondheidszorg) zien we hetzelfde. Op basis van cijfers uit voorgaande jaren was een stijging in de zorgkosten voorzien van vijf tot acht procent. Maar bij Achmea verwachten we dat die groei dit jaar slechts twee tot 2,5 procent zal bedragen. Voor Achmea is dit een teken dat ons beleid werkt. Maar het is ook een teken dat we in staat zijn gebleken om de afspraken die we maakten met zorgaanbieders en overheid uit te voeren volgens plan. Omdat Achmea voor meerdere zorgverzekeraars tegelijk (Zilveren Kruis Achmea, Avéro Achmea, FBTO, Pro Life, Agis, Interpolis) zorg inkoopt, kunnen we zeer efficiënt werken. Van de premie die we voor de basiszorgverzekering ontvangen, wordt zo’n 96% gebruikt om zorgkosten gemaakt door onze zorgverzekerden te betalen. Daarnaast is ongeveer drie procent nodig om onze uitvoeringskosten (salarissen, gebouwen, IT-voorzieningen). De resterende één procent is resultaat, dat we onder meer gebruiken om de financiële stabiliteit op peil te houden.

Financiële buffer
Net als alle zorgverzekeraars, heeft ook Achmea, een financiële buffer opgebouwd. Dit is de zogenaamde solvabiliteit. Deze buffer is nodig om onverwachte uitgaven aan zorgkosten te kunnen opvangen. Zorgverzekeraars worden ook steeds meer zelf verantwoordelijk voor het dragen van dergelijke risico’s. Denk aan een epidemie of een andere catastrofe. Ter illustratie: de zorgverzekeraars van Achmea samen vergoeden jaarlijks zo’n tien miljard euro aan zorgkosten. Als dit onverwacht één procent hoger uitvalt, betekent dit een financiële tegenvaller van honderd miljoen euro. Tot 2014 worden dergelijke onvoorziene schommelingen nog gecompenseerd door een speciale vereveningsmethodiek achteraf, opgelegd door de overheid. Maar vanaf 2014 is dit niet meer zo. De hoogte van de financiële buffer, de benodigde solvabiliteit, wordt vastgesteld door De Nederlandsche Bank (DNB). Eind 2011 was de solvabiliteit van de divisie Zorg & Gezondheid van Achmea 192%. Dat is een gemiddelde positie ten opzichte van andere zorgverzekeraars.

Basiszorgpakket
In 2013 worden de revalidatiezorg voor ouderen en salariskosten voor verpleegkundigen toegevoegd aan het basiszorgpakket. Deze toevoeging heeft uiteraard gevolgen voor de hoogte van de premie.
[Achmea]